De enige plaats waar nog reclame voor tabak gemaakt mag worden, is in de verkooppunten, voornamelijk  dagbladhandels,  en aan de voorgevel van die dagbladhandels. Maar regelmatig gaan er stemmen op om ook op die verkooppunten reclame voor tabaksproducten volledig te verbieden. Cimabel vindt dit een onredelijke maatregel.

De effectiviteit van een reclameverbod in verkooppunten is heel twijfelachtig. Een pakje sigaretten kopen is immers geen impulsieve stap, zo leert onderzoek. Slechts heel weinig mensen doen hun eerste aankoop van tabak spontaan. Reclameverboden hebben dan ook nauwelijks een ontradend effect. Bovendien geldt er al een verbod op de verkoop aan tabaksproducten aan min-zestienjarigen, wat een reclameverbod volstrekt nutteloos maakt om die groep te beschermen. Verder leggen tabaksbedrijven zichzelf al vrijwillig zeer strenge bijkomende beperkingen op, die verder gaan dan de wet. Zo gebruiken ze geen al te opvallend promotiemateriaal meer, en hebben ze zich ertoe geëngageerd geen reclame te afficheren binnen de 100m van scholen. Een volledig reclameverbod in verkooppunten is dus volledig ondoeltreffend.

Ook de consument zelf verliest bij zo’n reclameverbod, want de dagbladhandel de enige plek is waar hij zich nog kan informeren over tabak. Aangezien tabak een legaal product is dat legaal wordt aangekocht in een dagbladhandel, zou het onredelijk zijn de consument die informatie te ontzeggen.

Daarbij is er ook een economisch risico verbonden aan een verbod op advertenties in verkooppunten. Reclame in de dagbladhandel is immers de enige manier waarop bedrijven hun producten en hun merken van elkaar kunnen differentiëren. Bij een reclameverbod zou een prijzenoorlog kunnen ontstaan, doordat prijsverlagingen de enige overgebleven manier zouden zijn voor tabaksbedrijven om elkaar te beconcurreren.