Belastingen op sigaretten vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de staat. In 2020 bedroegen de inkomsten uit tabak net geen 3 miljard euro. Van ieder pakje sigaretten dat verkocht wordt, gaat bijna 80% van de prijs die de consument betaalt naar de staatskas in de vorm van BTW en accijnzen. Geen enkel ander consumptieproduct wordt zo zwaar belast.

Wanneer echter de belastingdruk buitensporig hoog wordt, is de kans groot dat de consumenten op zoek gaan naar alternatieven.  Dat doen ze ofwel door hun tabaksproducten te gaan aankopen in landen waar ze goedkoper zijn ofwel door zich te bevoorraden via illegale kanalen.

In het eerste geval trekt de consument naar één van de ca. 20 Europese landen waar de belastingen op tabak lager liggen dan in België, om daar – volledig legaal – een voorraad sigaretten in te slaan. In België worden zo bijvoorbeeld vaak sigaretten geconsumeerd die – legaal – werden aangekocht in Luxemburg of in typische, Zuid-Europese vakantielanden als Spanje, Italië, Griekenland en Portugal.

Het probleem is nog groter als de consument zich tot de zwarte markt wendt: niet alleen lopen de overheid en de handelaars alle inkomsten mis, maar daarbovenop lopen consumenten extra risico’s omdat illegale producten aan alle controle ontsnappen en vaak schadelijke en/of verboden stoffen bevatten.

Samengevat: belastingen op tabaksproducten kunnen een bijdrage leveren aan een beleid om tabaksgebruik terug te dringen. Maar het is geen mirakeloplossing. Het werkt enkel indien belastingverhogingen gelijke tred houden met de inflatie en dus niet als buitensporig gezien wordt Als dat niet gebeurt, schieten ze hun doel voorbij en leiden ze tot ontwijkend en ontduikend gedrag bij de consument.

Acijnzen op tabak